Stress, overspannenheid en burn-out

Wat is stress? 

uit: Handboek coachen bij stress en burn-out – Rogier (2017)

Stress is een prikkel die aanzet tot actie. Dat hoeft niet negatief te zijn: zonder stress komen we tot niets. Je kunt bijvoorbeeld een knorrende maag van de honger als stress- signaal beschouwen. Als onze maag niet zou aangeven dat we honger hebben, dan zouden we misschien ons bed niet uitkomen. Een ander voorbeeld: je moet een presentatie geven. Zonder enige vorm van spanning zou je je misschien niet voorbereiden. Een beetje stress houdt je scherp en maakt dat je extra je best doet. Een stressprikkel zet ons aan tot actie. Af en toe wat stress ervaren is niet schadelijk.

Er zijn veel omschrijvingen van stress. Bijvoorbeeld:

  • ‘Stress betekent druk ’
  • ‘Stress treedt op als een belasting groter is dan de belastbaarheid ’
  • ‘Stress betreft een scala van negatieve gevoelens en reacties die ontstaan tijdens bedreigende of uitdagende situaties in het leven’
Een gebruikelijke definitie van stress

Stress is een toestand van psychische spanning als gevolg van een prikkel die aanleiding is voor zowel psychische als fysiologische reacties. De prikkel, ook wel stressor genoemd, roept stress op als betrokkene niet de mogelijkheden heeft er adequaat op te reageren. Het gaat om externe prikkels en de interne verwerking daarvan (bewerking van de definitie van stress op Wikipedia). 

Sommige definities maken onderscheid in positieve en negatieve stress. Dit levert interessante inzichten op, maar in de praktijk van de stresscoach kun je lang wachten tot een coachee zich meldt met de vraag: ‘Coach, help me omgaan met mijn positieve stress.’ Er zijn wel mensen die te weinig positieve stress of uitdaging hebben. Ze vervelen zich. Ze hebben te weinig uitdaging op het werk. Zij melden zich mogelijk met een bore-out bij een (loopbaan)coach. Het werk van de stress- en burn-outcoach richt zich vooral op het achterhalen en wegnemen van oorzaken van negatieve stress en op het in balans brengen van positieve prikkels en negatieve stress.

De externe prikkel kan bijvoorbeeld een klant zijn die boos reageert. De interne verwerking van de prikkel speelt ook een rol: het gaat erom hoe men de prikkel interpreteert. Een voorbeeld. De ene medewerker denkt: de klant is teleurgesteld, ik begrijp dit wel, ik vind wel een oplossing. Deze medewerker zal weinig stress ervaren. De andere medewerker denkt: die klant is heel kwaad op mij. Ik kan het ook nooit goed doen, straks hoort mijn chef ervan en dan zal die mij niet meer waarderen. Deze medewerker zal bij hetzelfde incident (stressor)  meer  stress ervaren.

Deze definitie in psychologentaal is niet voor alle coachees even helder, daarom geef ik hieronder een eenvoudiger definitie.

Mijn eenvoudige definitie van stress

Stress ontstaat als er meer van je gevraagd wordt, dan je denkt waar te kunnen maken.

Dat je ‘denkt dat …’ is een belangrijke toevoeging. Het komt regelmatig voor dat iemand echt veel te veel op zijn bordje heeft. Maar wie zegt dat je dat ook allemaal moet doen? Je kunt je grenzen aangeven bij je leidinggevende. In andere gevallen gaat het om taakopvatting. Is het wel jouw taak? Van wie moet het perfect zijn? Bijvoorbeeld: een leidinggevende geeft zijn medewerker tien dossiers om af te handelen. De medewerker raakt in paniek. Dat kan nooit lukken. Ze streeft altijd naar een perfecte afwerking. Dat is niet haalbaar bij tien dossiers. De leidinggevende wil dat de dossiers vlot weggewerkt worden: hij vindt ‘een zesje’ goed genoeg.

‘Waar te kunnen maken …’ Weet je zeker dat je het niet aankunt? Eerder heb je dezelfde klus ook steeds geklaard. Dat je het niet aankunt, kan zijn omdat je denkt dat je onvoldoende competenties of tijd hebt om de uitdaging tot een goed einde te brengen. Het kan ook zijn dat je denkt geen invloed te hebben op het resultaat. Bijvoorbeeld: je staat in de file en raakt gestrest omdat je niet op tijd bij je afspraak kunt komen.

Stress ontstaat als de belasting (taaklast: werk en privé) groter is dan de belastbaarheid. Dat biedt twee aangrijpingspunten voor de verlaging van de stress: de coachee kan samen met zijn privéomgeving en het werk zijn belasting naar beneden brengen én hij kan zijn belastbaarheid vergroten. De belastbaarheid wordt beïnvloed door de fysieke en mentale gesteldheid van de coachee. Als stresscoach werken we zowel aan de fysieke als de mentale gesteldheid en aan de stressbronnen in de  omgeving.

Wat is overspannenheid? 

uit: Handboek coachen bij stress en burn-out – Rogier (2017)

Wanneer gaat het om stress en wanneer om overspannenheid? Langdurige blootstelling aan stress met weinig herstelperioden kan leiden tot overspannenheid. Herstelperioden hoeven niet alleen uit rust te bestaan. Mensen kunnen ook herstellen door bijvoorbeeld te gaan hardlopen, te zingen, de tuin om te spitten of te  schilderen.

Mijn definitie van overspannenheid

Overspannenheid is een toestand met aanhoudende fysieke en/of psychische spanningsklachten ontstaan door chronische overbelasting en stress waardoor iemand niet meer tot rust komt, het gevoel heeft het niet meer aan te kunnen en minder goed functioneert.

Het verschil met stress is dat:

  • het langer dan drie maanden duurt;
  • er spanningsklachten optreden;
  • het functioneren aangetast raakt.

Spanningsklachten zijn bijvoorbeeld: lichamelijke en geestelijke vermoeidheid, gespannenheid, prikkelbaar, concentratieverlies, vergeetachtigheid, emotioneel labiel, slaapproblemen en het sociaal, maatschappelijk en professioneel functioneren gaat minder goed. Overspanning is een gevolg van een langdurig gebrek aan balans tussen de draaglast en de draagkracht van de coachee. De coachee heeft het gevoel de controle te verliezen en voelt zich machteloos.

Omschrijving van overspanning

uit:  LESA-richtlijn (2011)

Er is sprake van overspanning als voldaan is aan de volgende vier criteria:

  1. Ten minste drie van de volgende klachten zijn aanwezig: vermoeidheid, gestoorde of onrustige slaap, prikkelbaarheid, niet tegen drukte/herrie kunnen, emotionele labiliteit, piekeren, zich gejaagd voelen, concentratie- problemen en/of vergeetachtigheid.
  2. Gevoelens van controleverlies en/of machteloosheid die optreden als reactie op het niet meer kunnen hanteren van stressoren in het dagelijks functioneren.
  3. Significante beperkingen in het beroepsmatig en/of sociaal functioneren.
  4. De symptomen zijn niet uitsluitend toe te schrijven aan een psychiatrische stoornis.

Wat is burn-out?

uit: Handboek coachen bij stress en burn-out – Rogier (2017)

Burn-out treedt pas op na langdurige, vaak jarenlange, roofbouw op het lichaam. Een burn- out ontstaat als mensen ondanks de stress en de spanningsklachten stug blijven doorgaan.

Er bestaat in de psychiatrie geen officiële diagnose voor burn-out. De coachee kan een huisarts treffen die zegt dat burn-out niet bestaat. De coachee voelt zich daar- door vaak niet serieus genomen. De spanningsklachten worden door artsen en psy chologen vaak aanpassingsstoornis (DSM-IV) of somatic symptom disorder (DSM-V) of SOLK genoemd.

Freudenberger (1974) publiceerde een eerste omschrijving van burn-out in het artikel ‘Staff Burn-out’. Maslach (1981) gaf een beschrijving van hoe burn-out te definiëren en meten is.

Bij burn-out is sprake van:

  • Een ernstige emotionele uitputting
  • Distantie
    • Het ervaren van onverschilligheid of emotionele afstand tot de werksituatie
  • Het gevoel van verminderde bekwaamheid in het werk
    • Men heeft het gevoel dat men niet kan wat men altijd kon. Vaak gaat de prestatie ook daadwerkelijk achteruit.
Omschrijving van burn-out

uit:  LESA-richtlijn (2011)

Er is sprake van burn-out als voldaan is aan élk van de volgende drie criteria:

  1. Er is sprake van overspanning (zoals hierboven beschreven).
  2. De klachten zijn meer dan zes maanden geleden begonnen.
  3. Gevoelens van vermoeidheid en uitputting staan sterk op de voorgrond.

De term burn-out komt zeer weinig voor in de diagnoses in dossiers van huisartsen en bedrijfsartsen: minder dan 1 procent (Rongen et al., 2015). Dit terwijl circa 9 à 14 procent van de beroepsbevolking zegt burn-outklachten te hebben (CBS/TNO, 2015; Securex, 2015). Vroeger moest de stress werkgerelateerd zijn om burn-out te heten. Inmiddels wordt erkend dat de oorzaken meestal liggen in een combinatie van factoren: werk, privé en maatschappelijk. Ook erfelijke factoren (gevoeligheid van de cortisolreceptoren) zouden een rol kunnen spelen. Dit wordt nog nader onderzocht.

De nieuwste definitie van Burn-out

uit: Op zoek naar een nieuwe definitie van burn-out – Desart, Schaufeli, De Witte (2017)

Burn-out blijkt bestaat uit 5 kernsymptomen:

  1. Uitputting
    Zowel fysieke uitputting (‘je lichaam is moe’), als psychologische (‘je ‘op’ en ‘leeg’ voelen’).
  2. Cognitief controleverlies
    Zoals geheugenproblemen, aandachts- en concentratiestoornissen en prestatieproblemen, bijvoorbeeld trager werken of fouten maken, omwille van een verstoring in je cognitief functioneren.
  3. Emotioneel controleverlies
    Kenmerkend hiervoor zijn heftige emotionele reacties (zoals woede of huilbuien) waarover men geen controle heeft. Bovendien gaat dit vaak gepaard met een lage tolerantiegrens (‘je hebt geen geduld meer’).
  4. Depressieve klachten (zijnde niet een depressie)
    Een somberdere stemming of schuldgevoelens. Dit is wellicht de reden waarom burn-out en depressie vaak verward worden.
  5. Mentale distantie
    Hiermee doelen we op het mentaal afstand nemen van het werk. In de meeste gevallen ervaart men bij een burn-out een sterke weerstand tegen het werk en trekt men zich (mentaal of fysiek) terug uit het werk.

Naast deze 5 kernsymptomen zagen we ook vaak begeleidende symptomen in de vorm van spanningsklachten terugkomen. Deze kunnen zowel psychosomatisch (bijv. hart-, ademhalings-, maag-, darm-, en pijnklachten of een algemeen gevoel van malaise) als gedragsmatig (bijv. slaapproblemen, piekeren of paniekaanvallen) zijn.